dinsdag 26 maart 2019

Adieu Bruxelles?


De boedel is verhuisd van het hart van Europa naar de Zeister bossen. Maar daarmee is de verhuizing formeel nog niet bekrachtigd. Op dinsdagavond 2 april heb ik om kwart over zes een afspraak op het gemeentehuis van Zeist om me officieel in te schrijven. Was het maar zo makkelijk. Inschrijven kan pas nadat ik in Brussel ben uitgeschreven. Ik toog dus naar het Administratief Centrum, een wanstaltige, slecht onderhouden kantoortoren in het hartje van Brussel waar, tegen alle regels in, alleen Frans de voertaal is. Ik ging op tijd, voor de grote drukte uit. Dacht ik. Om acht uur werd me verteld dat deze plek in de wachtrij geen garantie was dat ik die dag nog zou worden geholpen. “Europeanen kunnen online een afspraak maken, dat is handiger voor u”. Dat viel tegen. De eerst beschikbare datum voor afspraak was 20 april. Veel te laat. Dus stond ik de volgende dag al om half zes ’s ochtends voor het administratief centrum in de rij. Zo’n twintig mensen stonden er nog vroeger, als waren het groupies voor de concertkassa. Om zeven uur stonden er al zeventig mensen te wachten. Half negen zou het loket pas open gaan. Ik keuvelde met de man achter me in de rij. Een goedlachse Afghaan. Hoe kon het ook anders. Hij kwam de geboorte van zijn dochtertje aangeven. Europeanen kunnen er een speciale afspraak voor maken. Immigranten schuiven vier uur aan in een rij. Maar de rij liet zich de discriminatie ogenschijnlijk onberoerd aanleunen. “Nee meneer, deze rij is voor mensen van buiten de EU. U komt hier slechts binnen op afspraak”, bitste de beveiligingsbeambte me toe, toen ik om half negen door de metaaldetector het gemeentekantoor wilde betreden. Ik moest aandringen om toch een medewerker te spreken. “Emigranten sturen gewoon een e-mailtje meneer, binnen 1 of 2 dagen sturen we u de benodigde documenten op”. Ik had voor niets vier uur in de rij gestaan. Vijf werkdagen later heb ik de beloofde bevestiging van uitschrijving overigens nog niet ontvangen. Het zal mij benieuwen of ik me volgende week bij de Gemeente Zeist kan inschrijven. Vertrekken is zo makkelijk nog niet.

zondag 23 december 2018

Van de gebaande paden, er even op, en er heel snel weer vanaf

Dit wordt een blogje zonder foto. Mijn telefoon is gejat. En ik voel me in armoedig Afrika ongemakkelijk met mijn camera op mijn buik. Dit is een vakantie off the beaten track. Van Dakar door het Senegalese platteland de grens over naar Gambia. Met een pont naar de andere kant van de Gambiarivier om in de badplaats Serrekunda aan te komen. Onderweg trof ik vrijwel geen toerist, maar hier aan de Gambiaase kust wemelt het van de Hollanders. Pakketreistoeristen vliegen direct van Amsterdam naar dit zomerse paradijs. Spotgoedkoop, dus vooral ook bereikbaar voor Hollandse sloebers. Vrouwen van boven de vijftig laten zich hier graag verwennen door zwarte gespierde mannen. Maar ook voor de Hollandse jongens staan enorme aantallen heerlijke gewillige jonge vrouwen klaar. Voor een paar tientjes zijn ze de hele nacht voor jou. Morgen weer snel van het gebaande pad af dus maar. Wat een troosteloos stukje Afrikaanse kust.

donderdag 20 december 2018

Saint Louis

Vandaag ben ik in Saint Louis, bakermat van de Senegalese fotografie. Meïssa Gaye, Mama Casset, Mix Gueye en Adama Sylla zijn voor de kenners van de Afrikaanse fotoscene bekende namen uit vervlogen tijden. De stad heeft sinds vorig jaar een Musée de la Photographie. En daar hangt deze week werk van nieuw talent uit de stad. Saint Louis ademt vergane glorie, maar het museum (een privé initiatief van een rijke Senegalees) ziet er piekfijn uit. En een bezoek zet aan tot fotograferen.