donderdag 15 augustus 2019

Traantje om Pluisje

Gisteren was ik in een bioscoop voor de film “Diego Maradona”. Ik kan ‘m van harte aanbevelen. De film stond geheel in het teken van het leven van een kereltje (1,65m) met dezelfde naam. Een niet geheel ongetalenteerde voetballer, geboren aan de zelfkant van Buenos Aires in 1960. Hij werd profvoetballer omdat ie wilde dat zijn ouders in een deugdelijk huis konden wonen. Maar het liep allemaal wat uit de hand.

Toen ie in 1982 voor een schamele €8 miljoen naar Barcelona kwam was ie even oud als Frenkie de Jong nu. Da’s ook een voetballer, maar die kende u al. Voor hem betaalde Barca €75 miljoen. En Diego bleek een miskoop. Na twee jaar verkaste hij naar een middenmoter in de hoogste voetbalcompetitie van Italië. Hij werd binnengehaald als een verlosser en dat werd ie.

Hij had een goed oog voor de verkeerde adviseurs. Omgeven door zijn nieuwe vriendjes, kopstukken van de Camorra, fleurde Diego wel helemaal op. Hij nam zijn team, en eigenlijk heel Zuid-Italië, op sleeptouw. Napoli werd met hem voor het eerst in haar geschiedenis kampioen. Bovendien maakte ie ook Argentinië nog campeon mundial. 


De film brengt fantastisch in beeld hoe het daarna vreselijk bergafwaarts is gegaan met het Argentijnse wonderkind. De hand van god kwam er niet meer aan te pas. De cocaïne nam de controle over. Toen ie met Argentinië Italië uitschakelde in de halve finales van het WK in Italië (in het stadion van Napoli notabene) was Italië klaar met het kereltje. Ik kan me goed voorstellen dat er mensen een traantje wegpinken bij de scene waar een huilende Diego, 80 kilo boven zijn streefgewicht, in een televisie-interview vertelt over zijn eigen misère. Volgend jaar wordt ie, als ie mazzel heeft, 60. Een mooie gelegen voor nog een film over deze fascinerende virtuoos.

zaterdag 10 augustus 2019

Hondenliefhebber

Tot afgelopen donderdag had ik het niet geweten, of ik een honden- of een kattenmens ben. Maar sinds ik Carlo Boszhard donderdag in het kader van nationale kattendag bij Jinek hoorde pochen over zijn poezen wist ik zeker dat ik niet in dat kamp wilde thuishoren. Ik zou kiezen voor de hond. Net als Keizer Wilhelm.

Het was de laatste Duitse keizer. Aan het einde van de verloren eerste wereldoorlog brak de pleuris uit in Berlijn. Bovendien wilden de geallieerden hem berechten. Dus vroeg ie asiel aan in Nederland. De Nederlandse regering was niet enthousiast, maar Wilhelmina kon hem niet wegsturen. Onkel Willy was immers familie van d'r. Hij woonde ruim twintig jaar in Doorn, niet ver van mijn tijdelijke onderkomen in Zeist. Vanmiddag bracht ik een bezoek.

Twaalf jaar geleden kocht ik, dat moest ik, want voelde me Europeaan, de 1200 pagina dikke pil "In Europa" van Geert Mak, geschreven tijdens zijn rondreis door Europa, feitelijk een enorme verzameling blogjes om stil te staan bij de Europese twintigste eeuw. Voor een blogje over Wilhelm toog hij naar de asielwoning in Doorn. Vandaag pas ben ik aan het lezen van de pil begonnen. Ik zal wel heimwee naar Europa hebben.

Maar van lezen kwam het dus niet. Toen ik las over Doorn, vond ik het tijd om er ook poolshoogte te gaan nemen. Ik liet me door het bescheiden paleisje rondleiden door een opgewekte gepensioneerde dame van adel. We zagen zijn verzameling kostuums, zijn slaapkamer, zijn badkamer en de snuiftabakdozen van zijn grootvader. En tussen zijn huis en zijn mausoleum achterin de tuin, zagen we de graven van zijn honden. Senta was denk ik zijn lievelingsbeest. Zijn grafsteen is het grootst: Die treue Senta 1907-1927 begleitete Seine Majestät den Kaiser im Welt Kriege 1914-1918.

Mausoleum, hondengraven en een vogel

dinsdag 26 maart 2019

Adieu Bruxelles?


De boedel is verhuisd van het hart van Europa naar de Zeister bossen. Maar daarmee is de verhuizing formeel nog niet bekrachtigd. Op dinsdagavond 2 april heb ik om kwart over zes een afspraak op het gemeentehuis van Zeist om me officieel in te schrijven. Was het maar zo makkelijk. Inschrijven kan pas nadat ik in Brussel ben uitgeschreven. Ik toog dus naar het Administratief Centrum, een wanstaltige, slecht onderhouden kantoortoren in het hartje van Brussel waar, tegen alle regels in, alleen Frans de voertaal is. Ik ging op tijd, voor de grote drukte uit. Dacht ik. Om acht uur werd me verteld dat deze plek in de wachtrij geen garantie was dat ik die dag nog zou worden geholpen. “Europeanen kunnen online een afspraak maken, dat is handiger voor u”. Dat viel tegen. De eerst beschikbare datum voor afspraak was 20 april. Veel te laat. Dus stond ik de volgende dag al om half zes ’s ochtends voor het administratief centrum in de rij. Zo’n twintig mensen stonden er nog vroeger, als waren het groupies voor de concertkassa. Om zeven uur stonden er al zeventig mensen te wachten. Half negen zou het loket pas open gaan. Ik keuvelde met de man achter me in de rij. Een goedlachse Afghaan. Hoe kon het ook anders. Hij kwam de geboorte van zijn dochtertje aangeven. Europeanen kunnen er een speciale afspraak voor maken. Immigranten schuiven vier uur aan in een rij. Maar de rij liet zich de discriminatie ogenschijnlijk onberoerd aanleunen. “Nee meneer, deze rij is voor mensen van buiten de EU. U komt hier slechts binnen op afspraak”, bitste de beveiligingsbeambte me toe, toen ik om half negen door de metaaldetector het gemeentekantoor wilde betreden. Ik moest aandringen om toch een medewerker te spreken. “Emigranten sturen gewoon een e-mailtje meneer, binnen 1 of 2 dagen sturen we u de benodigde documenten op”. Ik had voor niets vier uur in de rij gestaan. Vijf werkdagen later heb ik de beloofde bevestiging van uitschrijving overigens nog niet ontvangen. Het zal mij benieuwen of ik me volgende week bij de Gemeente Zeist kan inschrijven. Vertrekken is zo makkelijk nog niet.